Studievereniging

PAP

Studievereniging voor pedagogische wetenschappen in Utrecht
Op deze site vind je onze activiteiten, informatie over de vereniging en het lidmaatschap!

Nedereind

Zoek je een uitdaging? Kom werken bij Stichting Nedereind in Utrecht en Nieuwegein

Boekenservice

PAP werkt al een aantal jaren samen met Boekenservice Utrecht. Voor een gereduceerde prijs kunnen studenten hier online studieboeken bestellen die ze voor hun vakken nodig hebben. De boeken worden meestal ruim op tijd thuisgebracht. PAP zorgt ervoor dat de juiste boeken worden besteld en maakt de boekenlijsten per cursus vanuit de opleiding pedagogische wetenschappen. Wanneer er weer een nieuw blok aankomt en boeken kunnen worden besteld, worden studenten op de hoogte gehouden via Facebook zodat iedereen op tijd kan beginnen met bestellen.

SponsorKliks – Eén extra KLIK als jij bestelt, is voor PAP een zak vol GELD!

Wil jij iets bestellen bij een webshop? Dan kan je PAP veel geld opleveren en het kost jou helemaal niks, behalve wat klikjes extra. Hoe dit werkt? Klik op de link voor meer informatie. 

Inschrijven voor SV PAP

Schrijf je nu in voor SV PAP!

CORONAVIRUS

Lees alles omtrent de laatste updates over het coronavirus op onze speciale coronavirus pagina.

over ons

SV PAP

Studievereniging PAP is met zo’n 830 leden dé vereniging voor alle studenten van Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. PAP biedt je een unieke blik in het pedagogische werkveld met lezingen en excursies naar pedagogische instellingen en een fantastische studiereis. Maar PAP staat ook voor gezelligheid met stamkroegavonden, feesten en verschillende ontspannende activiteiten. Daarnaast is de kamer van studievereniging PAP vijf dagen per week geopend voor haar leden en daar is iedereen altijd welkom voor koffie, thee en koekjes. PAP is dé manier om naast je studie actief bezig te zijn. Je leert veel nieuwe mensen kennen en krijgt de unieke kans om een kijkje te nemen in de verschillende pedagogische instellingen.

830

LEDEN

6

BESTUURSLEDEN

17

COMMISSIES

30

EURO VOOR EERSTEJAARS-STUDENTEN

LID WORDEN

Ga jij Pedagogische Wetenschappen studeren?

Word dan lid van PAP! Leer andere studiegenoten kennen, geef je op voor een van de vele commissies, maak gebruik van de boekenkortingen, ga mee op een van onze reizen, maak vrienden voor het leven óf hangt het feestbeest uit op een van onze feestjes!

Bespaar op je boeken

Boeken voor je studie aan de FSW kun je het goedkoopst bestellen bij Boekenservice Utrecht. Dit kan omdat wij voor de studenten een korting van 10% op Nederlandstalige Boeken en een korting tot 25% op internationale boeken realiseren.

Blijf op de hoogte van al onze activiteiten

PAP organiseert allerlei (studiegerelateede) activiteiten. Hierbij kun je denken aan het bezoeken van een jeugdgevangenis, een bezoek aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis, of een lezing over de rol van vaders tijdens de opvoeding.

Maandelijkse borrel

Elke maand wordt er een gezellige stamkroegavond georganiseerd voor alle leden van PAP. Deze avonden hebben elke maand een ander thema met bijpassende aankleding en hapjes. Ook kunnen er tijdens de stamkroegavond andere activiteiten, zoals bijvoorbeeld een pubquiz, georganiseerd worden.

Een gaaf introductiekamp!

Meteen veel andere studiegenoten leren kennen? Schrijf je dan in voor het introkamp! Leer over de studie, de vereniging en de commissies, maak hier vrienden, feest met elkaar tot in de late uurtjes en heb vooral een fantastische eerste kennismaking met het studentenleven! 

Verbreed je horizon met een studiereis

Eens per jaar organiseert de Studiereiscie een studie-inhoudelijke reis vol met interessante excursies en uitjes rondom het pedagogisch werkveld. Daarnaast is er ook genoeg ruimte voor ontspanning tijdens de reis.

Verbeter je carrière mogelijkheden

Onze vacaturebank is de plek waar alle (oud-)PAPleden lopende en oude vacatures kunnen vinden om zo een handig overzicht te hebben. (Bij)baantje nodig in de pedagogische sector? Die vind je hier!

LAATSTE POSTS

Berichten

Criminaliteit onder jongeren: wat zijn de mogelijke interventies?

Strafbaar gedrag onder jongeren is soms voorkomend en vaak geen reden tot paniek. Het is mogelijk dat een jongere in aanraking komt met justitie of de politie, maar meestal blijft het bij een enkel incident. Echter, het criminele gedrag kan soms opnieuw voorkomen. Hierom moet er worden ingegrepen, zodat verdere criminaliteit niet tot uiting komt. Er zijn verschillende manieren om crimineel gedrag aan te pakken. In dit artikel zullen deze manieren worden besproken. Tot slot wordt de Justitiële Jeugdinrichting uitgebreid behandeld aan de hand van een interview. 

Als eerste is het belangrijk om te weten dat er voor jongeren het jeugdstrafrecht geldt. Hierbij staat de pedagogische aanpak voorop. Omdat jongeren nog in ontwikkeling zijn, kunnen zij niet altijd goed inschatten hoeveel impact hun acties hebben. Daarom wordt het jeugdstrafrecht gehanteerd, zodat er rekening kan worden gehouden met de ontwikkeling van de jongere. Het jeugdstrafrecht kan worden toegepast tot 23 jaar, maar er kan ook gekozen worden voor het hanteren van het volwassenenstrafrecht. De aanpak dient aan te sluiten bij de ontwikkelingsfase en de kans op recidiveren te verminderen (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2020) 

Bij de bestrijding van criminaliteit onder jongeren ligt de nadruk op het voorkomen van verder delinquent gedrag. Om een passende interventie te bieden is er sprake van een jeugdcasusoverleg, waarbij het Openbaar Ministerie (OM) aan tafel zit met de politie en de Raad voor de Kinderbescherming. Er wordt bij dit overleg gekeken naar de achtergrond van de delinquentie en de achtergrond van de jongere. Er zal uiteindelijk een keuze gemaakt worden welke partij in actie moet komen, om de jongere de nodige hulp te bieden (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2020). 

Een partij die kan ingrijpen om verdere criminaliteit te voorkomen is Halt. Halt grijpt in als een jongere een strafbaar feit heeft gepleegd en een Halt-traject zal worden gestart. Tijdens een Halt-traject krijgt de jongere inzicht in diens overtreding en hoe de fout kan worden rechtgezet (Halt, z.d.). Een Halt-traject duurt nooit langer dan twintig uur en er zijn verschillende onderdelen die aan bod kunnen komen. Zo kunnen er gesprekken plaatsvinden tussen de jongere, diens ouders en een Halt-medewerker, er kunnen opdrachten worden gemaakt om vaardigheden te leren of om na te denken over de fout die gemaakt is. Ook kan er in een Halt-traject sprake zijn van een schadevergoeding, een werkopdracht of (indien van toepassing) excuses aanbieden aan het slachtoffer (Halt, z.d.-a). Het is belangrijk om te weten dat Halt vooral doelt op preventie van verdere criminaliteit en echte straffen voorkomt. Bij Halt gaat het om een licht strafbaar feit. Voor zware delinquentie zal Halt dus niet optreden (Ministerie van Algemene Zaken, 2022)

Als er sprake is van een zwaarder strafbaar feit kunnen ook zwaardere straffen worden toegepast. Jongeren vanaf twaalf kunnen een boete krijgen. De hoogte van deze boete zal worden bepaald door de officier van justitie. Een andere straf is het opleggen van een taakstraf. Een taakstraf bestaat uit een werkstraf, een leerstraf of een combinatie van beide. De jongeren zullen worden begeleid door de Raad voor Kinderbescherming. Een werkstraf of leerstraf duurt maximaal 200 uur en de combinatie van de werk- en leerstraf duurt maximaal 240 uur (Ministerie van Algemene Zaken, 2022)

Een andere straf is jeugddetentie. Hierbij zal de jongere in een justitiële jeugdinrichting (JJI). Jeugddetentie duurt, afhankelijk van de leeftijd, 1 of 2 jaar. In detentie wonen jongeren met ongeveer tien anderen in een justitiële jeugdinrichting waar zij met elkaar eten, sporten, naar school gaan of stage lopen. Ook is er ruimte om sociale vaardigheden te leren of woede te beheersen (Ministerie van Algemene Zaken, 2022). Als PAPerascie hebben wij contact gehad met de Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI). Wij hebben een aantal vragen verstuurd en deze zijn bijna allemaal beantwoord. 

1. Hoe ziet een dag binnen de JJI eruit?

Jeugdigen volgen allen een dagprogramma, dat indien nodig is afgestemd op eigen problematiek. Het dagprogramma bestaat uit onderwijs, recreatie op de leefgroep (bijvoorbeeld spelen op de PlayStation of tafelvoetbal, lunch momenten, sportmomenten). Daarnaast volgen jeugdigen ook therapie of training passend bij hun eigen problematiek.

2. Zijn er dingen die jullie zelf willen veranderen binnen de JJI?

Dat is een hele goede vraag. Nóg meer maatwerk bieden aan onze jeugdigen door de inzet van nog meer specifieke therapieën. Op deze manier is er een groter aanbod van verschillende mogelijkheden in de behandeling, waardoor elke behandeling nog beter kan aansluiten bij de problematiek per specifieke jeugdige.

3. Wat doe je in een JJI eraan om recidieven te voorkomen?

Er is sprake van een risicotaxatie waar behandeling op wordt ingezet. Ook wordt samen met een jongere gewerkt aan het maken van een analyse van delict- of probleemgedrag om zo specifieke risicofactoren in kaart te brengen die van belang zijn voor behandeling. Daarnaast kijken we ook naar het gedrag van een jongere op de leefgroep en nemen we dit tevens mee in de behandeling. Met behandeling poog je de risico’s op herhaling van (gewelddadig) delict gedrag te verlagen.

4. Komen jongeren vooral binnen met strafrechtelijke problemen, of zijn er ook andere redenen?

Jeugdigen worden alleen strafrechtelijk in de JJI geplaatst, dus ze worden ergens van verdacht of zijn voor een delict veroordeeld. Wel zie je vaak dat jeugdigen waarbij sprake is van een afstraffing of verdenking, er meer problemen rondom bijvoorbeeld netwerk, thuissituatie of dat gebrek aan dagbesteding een rol spelen.

5. In de realityserie Girls Incarcerated zat een meisje die de JJI niet kon verlaten omdat haar ouders haar niet kwamen ophalen, zou dat in Nederland ook kunnen gebeuren?

Eigenlijk niet, op het moment dat ouders niet betrokken zijn in het traject van jeugdigen, wordt in Nederland gezocht naar een vervangende woonplek. Ook is het niet zo dat een jongere langer dan wat wettelijk is bepaald vast kan blijven te zitten. Er is dan hulpverlening en/of een voogd die betrokken bij de jongere blijft.

6. Ziet het personeel het gedrag van de jongeren veranderen naarmate ze in de JJI verblijven?

De behandeling in de JJI is (onder andere) gericht op gedragsverandering. Bij jeugdigen die gemotiveerd zijn om samen met het behandelteam aan de slag te gaan kan zeker op den duur verandering in gedrag worden gezien. Deze jeugdigen maken dan ook stappen in hun traject, zoals het toewerken naar verlof.

7. Bouwt het personeel een band op met de jongeren?

Dat is niet ondenkbaar. De professionele term ‘het opbouwen van een werkrelatie’ is juist vaak een behandeldoel. Daarnaast zijn we naast professional, ook gewoon een mens. Sommige jeugdigen verblijven voor een lange periode in de JJI, dus daar kun je als medewerker een band mee opbouwen. Hierbij dien je je wel bewust te zijn van de rol als professional en is afstand versus nabijheid heel belangrijk.

8. Breken er wel eens ruzies uit tussen de jongeren?

Ja dit gebeurt zeker, soms gaat het over iets dat in de JJI is ontstaan en soms over iets dat al buiten heeft gespeeld.

Hoe reageert het personeel op ruzies tussen jongeren?

Het personeel is elke dag alert op signalen van mogelijke conflicten tussen jeugdigen, waarop het liefst altijd preventief actie op wordt ondernomen. Op het moment dat de ruzie toch is uitgelopen op een conflict met verbale en/of fysieke agressie, wordt door het personeel ingegrepen en achteraf ingezet op een herstelgesprek tussen beide partijen met als doel de ruzie op te lossen en herhaling te voorkomen.

9. Wordt goed gedrag van jongeren beloont?

Absoluut, positieve bekrachtiging werkt vaak het allerbeste.

10. Worden jongeren vaak bezocht door hun ouders/verzorgers?

Dat verschilt een beetje per jeugdige, bij sommige jeugdige is het netwerk zeer betrokken en komen zij meerdere malen per week op bezoek. Anderen spreken hun ouders helaas nauwelijks en ontvangen dan ook bijna geen bezoek van hen.

11. Wat is de rol van de orthopedagoog binnen de JJI?

Als orthopedagoog ben je als behandelcoördinator verbonden aan een afdeling waar tussen de 6 tot 10 jeugdigen verblijven. Voor elke jeugdigen breng je de problematiek en daarmee het risico op recidive in kaart. Samen met collega’s overleg je over de in te zetten behandeling. De stappen die een jeugdige maakt in de behandeling blijf je monitoren. Bij jeugdigen met een PIJ-maatregel schrijf je een advies gericht aan de rechtbank waarin je adviseert of verlenging van de maatregelen nodig wordt geacht in relatie tot het recidiverisico. Daarnaast geef je als orthopedagoog ook training en therapie aan jeugdigen. Je werk is veelzijdig en dynamisch, waarbij je hoofddoel bestaat uit het verlagen van het recidiverisico.

12. wat is de heftigste ervaring die iemand heeft meegemaakt binnen de JJI?

Helaas hebben we, zoals ook in de media is verschenen, binnen verschillende JJI’s het afgelopen jaar te maken gehad met verschillende steekincidenten. Deze steekincidenten worden als zeer heftig ervaren. 

13. Komt het wel eens voor dat jongeren die hun straf hebben uitgezeten niet naar huis willen?

Dit is tot nu toe nog niet voorgekomen. Wel geven sommige jeugdigen aan dat ze het relatief best prettig vinden in de JJI. Dat zet je als professional dan wel even met beide benen op de grond en laat je nadenken over de onprettige thuissituatie die een jeugdige dan hoogstwaarschijnlijk heeft ervaren

Literatuur

Halt. (z.d.). Ik moet naar Halt. Halt. https://www.halt.nl/ik-moet-naar-halt

Halt. (z.d.-a). Hoe gaat het Halt-traject? Halt. https://www.halt.nl/ik-moet-naar-halt/hoe-gaat-het-halt-traject

Ministerie van Algemene Zaken. (2022, 2 augustus). Straffen en maatregelen voor jongeren. Straffen en maatregelen | Rijksoverheid.nl. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/straffen-en-maatregelen/straffen-en-maatregelen-voor-jongeren

Ministerie van Justitie en Veiligheid. (2020, 1 december). Jeugdcriminaliteit. Openbaar Ministerie. https://www.om.nl/onderwerpen/jeugdcriminaliteit

Hoe overleef ik… stress in het dagelijks leven?

Schoolstress, keuzestress, kledingstress, in het dagelijkse leven wordt iedereen (on)bewust geconfronteerd met allerlei vormen van stress. Meestal associëren we stress met iets negatiefs. Maar, stress kan ook positief zijn! Zo is het is bewezen dat gezonde stress goed is voor het resultaat van bijvoorbeeld een tentamen. Een beetje stress is dus goed voor je, maar te veel stress zorgt voor veel nadelen. Zo voel je je niet ontspannen, kun je slechter slapen, etc. In dit artikel geven we je enkele tips om stress in het algemeen te verminderen!

Tip 1, Mediteren

Bij mediteren, denk je waarschijnlijk gelijk aan wierook en op een yogamatje rare poses uitvoeren. Dat kan, maar hoeft zeker niet zo te zijn! Ontspannen luisteren naar een rustige stem en focussen op je ademhaling is ook al een vorm van meditatie. In de hectiek van het dagelijkse leven is het belangrijk af en toe even een momentje voor jezelf te nemen. Mediteren kun je gewoon thuis op je kamer een keer uitproberen. Er zijn veel gratis apps beschikbaar, bijvoorbeeld meditation moments, met lange en korte meditaties. Door te mediteren neem je even een rustmoment voor jezelf, waardoor je je daarna weer kan focussen op iets anders. Én het kost maar een paar minuutjes, zeker een keer proberen!

Tip 2, Self-care

Een rustmoment voor jezelf is dus erg belangrijk. Als je mediteren toch iets te zweverig vindt, kun je ook rust pakken door jezelf te verwennen, ofwel ‘self-care’.

Afhankelijk van de hoeveelheid tijd die je hebt, kun je een self-care dagje organiseren voor jezelf, of even een uurtje in bad gaan. Met een lekker geurtje, leuke bruisbal, gezichtsmaskertje en/of voetenbadje kom je al een heel eind! 

Tip 3, Koken & bakken

Wat ook helpt om je stress te verminderen, is juist actief iets gaan ondernemen! Hierdoor kun je je even focussen op iets anders, en kun je je negatieve energie kwijt aan iets anders, bijvoorbeeld het kneden van deeg of het uitproberen van nieuwe makkelijke (studenten) recepten. Een pluspuntje hieraan, is dat je je gerechten natuurlijk zelf moet opeten….

Tip 4, Sporten

Iets anders actiefs is sporten. Dit kan een partijtje volleyballen of tennissen zijn, maar als je liever niet in teamverband wilt sporten, kun je ook een rondje gaan wandelen of hardlopen met je favoriete podcast, of een workout doen in je eigen kamer.

Tip 5, Plannen

Iets wat bijna iedereen lastig vind, en daarom altijd uitstelt of helemaal niet doet, is plannen. Maar, plannen kan toch helpen je stress te verminderen! Door een planning, heb je wat meer structuur, wat een deel van je stress wegneemt. Plannen hoeft daarnaast helemaal niet saai te zijn. Er zijn in veel winkels, goedkope en vrolijke planners te koop die je een beetje op weg helpen. Daarnaast is het belangrijk een realistische, haalbare planning te maken! Doe je dit niet, dan bereik je juist het tegenovergestelde: nog meer stress…

Tip 6, op tijd beginnen

Tja dit blijft bij de meesten toch wel een dingetje, op tijd beginnen. Want ja, waarom zouden we iets eerder doen als dit over 3 weken ook nog kan? Toch is het zeker wel belangrijk om op tijd te beginnen. Dit kan natuurlijk gaan over op tijd beginnen met het leren van je tentamens, maar ook over bijvoorbeeld het op tijd beginnen van het koken van je avondmaaltje. Als je op tijd begint met je taak kom je nooit voor verrassingen te staan en heb je altijd nog wat extra tijd, zodat je weer op tijd met je andere taak kan beginnen!! 

Tip 7, opgeruimd bureau

Deze tip is voor al onze heerlijke ongeorganiseerde studenten! Je kent het vast wel, een grote puinzooi op je bureau en jij die er tussenin zit. Niet bepaalt rustgevend, zegmaar. Je kan er een behoorlijk punthoofd van krijgen. Probeer als je in de stress zit voor school, te werken aan een opgeruimd bureau. Want een opgeruimd bureau zorgt voor een opgeruimd hoofd! Hierdoor zal het werken een stuk makkelijker gaan! Het is trouwens niet alleen belangrijk dat je je bureau of tafel waaraan je werkt opgeruimd is. Voor de minste stress is het belangrijk dat de hele ruimte waarin je zit netjes is!

Tip 8, heerlijk kletsen met anderen

Bedenk dat als jij stress hebt je waarschijnlijk niet de enige bent! Heb het er dus heerlijk met anderen over. Bel bijvoorbeeld met je maatjes over het vreselijke tentamen dat je morgen hebt. Hierdoor deel je even je gevoelens en kan je je stress op een lager pitje brengen. Ook kunnen jullie elkaar helpen door elkaar gerust te stellen en elkaar een goede boost motivatie te geven. Natuurlijk kan kletsen met anderen ook met mensen zijn die helemaal niks met jou stress te maken hebben. Een theetje met je moeder of huisgenoot doet ook wonderen! Je kan altijd nog tegen je hond gaan praten, die snapt je ook vast wel!!

Tip 9, Netflix anddd…..

Oke nee geintje. Maar het kijken van een serie of film helpt zeker tegen stress! Je kan even helemaal wegdromen in een fantasiewereld. Zorg er wel voor dat je een serie of film kijkt waarbij je niet zoveel hoeft na te denken. Want anders krijg je misschien weer stress omdat je de film of serie niet begrijpt! Mocht je slecht zijn in het kijken van 1 aflevering in plaats van 10 in 1 keer (heel herkenbaar), zet dan een timer. Als de timer afgaat stop je weer met serie kijken! Geniet ervan! 

Tip 10, motiverende youtube video’s kijken

Andere mensen gebruiken om jou te motiveren, waardoor je minder stress krijgt. Een goede manier om mensen te gebruiken is door video’s te kijken over mensen die zelf bijvoorbeeld aan het studeren zijn, hard aan het sporten zijn of hun leventje gewoon helemaal op orde hebben. Voor motivatie tijdens het studeren zou je bijvoorbeeld naar naar ‘study with me’ video’s kunnen kijken. Verder zijn er een aantal youtubers waar wij enorme motivatie van krijgen, voor de een zijn dit andere dan voor de ander. Zorg ervoor dat jij persoonlijk youtubers vindt die jou helpen! 

Tien tips die jou kunnen helpen met het verminderen van stress. Hopelijk zitten er een aantal tussen die goed werken voor jou. Ze hoeven natuurlijk niet allemaal te werken. Kijk nog eens goed naar ze en probeer eens iets uit. Proberen kan namelijk zeker geen kwaad! Zoek voor jezelf uit welke het beste werken en ga een leven met veel minder stress tegemoet!! Succes! 

Burn-out: Wat is waarheid?

Een burn-out, je hebt er vast van gehoord. De alsmaar draaiende maatschappij die steeds meer van je verwacht, de prestatiedruk, werken aan je fysieke gezondheid, je sociale leven onderhouden, het moeten werken naast je studie om onderscheid te maken van andere studenten en eenmaal je aan het werk bent, ligt een burn-out op de loer. Maar is dat eigenlijk wel zo? Waarom horen we opeens zoveel over burn-out? Weten we überhaupt wel wat een burn-out inhoudt? 

Een burn-out is geen stoornis die staat in de DSM-5 en er lijkt ook geen consistente definitie te bestaan wat een burn-out beschrijft (Klaver, 2022). Toch praten mensen erover alsof we allemaal weten wat het is en waar we het over hebben, terwijl er veel verschil zit in de ernst van klachten: waarbij de een slechts een paar weken thuiszit maar nog wel redelijk energie heeft, kan de ander een jaar of zelfs langer thuiszitten en kosten veel dagelijkse activiteiten te veel energie. 

Het lijkt alsof burn-out iets van deze tijd is, maar ook vroeger raakten mensen extreem uitgeput. Nu wordt er veel gesproken van een burn-out, waarbij vroeger de term ”neurasthenie” werd gebruikt (Lipsitt, 2019). Het lijkt de grootste reden te zijn onder het ziekteverzuim. In voorgaande eeuwen waren lichamelijke klachten door het vele fysiek werken een probleem. Echter, in deze kenniseconomie worden psychische klachten een steeds grotere uitdaging. 

Onderzoek suggereert dat er wel degelijk sprake is van en stijging in stressklachten, maar dat duidt niet direct op een burn-out (Vries, 2020). Daardoor kan de term ”burn-outsymptomen” onduidelijk zijn, omdat het in principe lichte tot matige stressklachten zijn die nog niks met een burn-out te maken hebben. Het klinkt alleen wel veel ernstiger. De kans op bagatellisatie van een daadwerkelijke burn-out is groot wanneer we bij stressklachten al spreken over een burn-out. 

Daarnaast is het belangrijk om meer onderzoek te verrichten naar burn-out. Op deze manier kan er een consistente(re) definitie worden gegeven en kan er specifieker hulp worden geboden aan mensen die risico hebben op het ontwikkelen van een burn-out. Zo lijken de klachten van een burn-out veel op de klachten die horen bij een depressie en/of angststoornis (Golonka et al., 2019). Dit is een belangrijke ontdekking, omdat dit mogelijk ook een rol kan spelen bij de behandeling van een burn-out. 

Concluderend, stressklachten zijn ontzettend vervelend en het is belangrijk om te onderzoeken waar de stijging van stressklachten vandaan komt en wat ertegen gedaan kan worden. Is het niet een optie om de term ”burn-outsymptomen” los te laten en juist te gaan focussen op meer onderzoek naar burn-out en de oorzaak van toenemende stressklachten? 

Literatuurlijst 

Golonka, K., Mojsa-Kaja, J., Blukacz, M., Gawłowska, M. & Marek, T. (2019). Occupational burnout and its overlapping effect with depression and anxiety. International Journal of Occupational Medicine and Environmental Health. https://doi.org/10.13075/ijomeh.1896.01323

Klaver, M. (2022, 14 november). Psychiater Christiaan Vinkers wil “liefdevol bommetje” leggen onder burn-out. https://www.linda.nl/lifestyle/gezondheid/christiaan-vinkers-in-ban-van-burn-out-bestaat-niet/ 

Lipsitt, D. R. (2019). Is Today’s 21st Century Burnout 19th Century’s Neurasthenia? Journal of Nervous & Mental Disease, 207(9), 773–777. https://doi.org/10.1097/nmd.0000000000001014

Vries, H. de. (2020, 15 september). Waarom de focus op burnout het probleem niet oplost (column). RTL Nieuws. https://www.rtlnieuws.nl/economie/opinie/column/5183668/burnout-mythe-hype-oplossing-uitleg-hidde-de-vries-schaufeli

Stress, stress en nog eens stress

Je hebt tentamenweek, en je moet nog heel veel doen voor de toets van morgen. Je moet
dit tentamen echt halen, anders haal je je cursus niet! Je vindt het vak erg lastig of je moet
nog meer doen dan waar je eigenlijk tijd voor hebt…
Volgens mij herkent iedereen dit wel, op de ene of op de andere manier. Misschien heb je
het zelf zo ervaren, of zie je het bij je vrienden. Als je in de beschreven situatie zit, zeg je
vaak: ‘ik heb stress!’. Je hoort het genoeg voorbijkomen! Stress, stress en nog eens stress,
voor je toets, op je werk, of op sociaal gebied. Kortom, stress is overal.
Maar wat is nu eigenlijk stress? En is het gezond of ongezond? Hier hoop ik je in dit artikel
meer over te leren!
Om te beginnen, wat is stress? Stress is eigenlijk gewoon spanning, of druk, en hartstikke
gezond! Stress voor je toets of optreden heb je nodig zodat je alert kan reageren en
geconcentreerd kan blijven (MIND, z.d.). Door stress komt adrenaline vrij, deze stof brengt je
lichaam in een vorm van paraatheid. Adrenaline wordt ook wel het vlucht- of vechthormoon
genoemd. Er gebeurt veel in je lichaam wat zorgt voor paraatheid. Voorbeelden hiervan zijn
een verhoogde hartslag, ademhaling en bloeddruk.
Je lichaam moet ook herstellen van de adrenaline. Hoe langer de stress duurt, of hoe
heftiger de stress is, hoe langer het herstel duurt (MIND, z.d.). Er zijn verschillende tips om te
herstellen van stress zoals voldoende slapen en regelmatig bewegen (Helder, 2021). Later
deze week zullen wij meer tips tegen stress delen!
Als er meer momenten van stress zijn, die zich sneller achtereen opvolgen, is er minder tijd
voor herstel. Als je dus te lang, te vaak of te veel stress hebt wordt de stress ongezond
(MIND, z.d.). De primaire oorzaak van ongezonde stress is overbelasting (Meulenberg, 2017).
Dit betekent dat de prestatie die je moet leveren groter is dan de capaciteiten die je hebt. Je
kan hiermee leren omgaan, en op die manier weer grip krijgen op je hormoonaanmaak.
Maar als je langdurig overbelast bent kan dit resulteren in veel problemen zoals
gezondheidsproblemen, emotionele problemen, slaapproblemen, depressie en isolement
(Meulenberg, 2017). En dit is nog maar een klein deel van alle klachten die stress kan
veroorzaken.
Als de overspanning en ongezonde stress voor een te lange tijd optreedt, kan je een burn-
out krijgen. Wat een burn-out is, en hoe dit speelt bij jongeren lees je woensdag in het
volgende artikel! Dus ik zou zeggen, ga lekker een rondje wandelen, schud de stress uit je lijf
en ga het nieuwe blok ontspannen tegemoet!

Literatuur
Helder, J. (2021, 28 april). 6 tips om je lichaam te laten herstellen van (te) veel stress.
OpenUp. https://openup.nl/blog/zes-tips-om-je-te-laten-herstellen-van-te-veel-stress/
MIND (2022, 26 oktober). Stress. Wij Zijn MIND.
https://wijzijnmind.nl/psychischeklachten/psychipedia/stress
Meulenberg, R. (2017, 7 oktober). Wat is stress? En wat is het verschil tussen ongezonde en
gezonde stress? Meulenberg Training en Coaching.
https://ruudmeulenberg.nl/stress/wat-is-stress/

Blog 24 (2021-2022)

Dag van de overprikkeling

Vandaag staan we stil bij de dag van de overprikkeling. Hierbij hebben we iemand geïnterviewd die last heeft van verschillende mentale klachten en niet de hulp krijgt die ze echt nodig heeft. Dit sluit goed aan bij de dag van de overprikkeling. Momenteel is  zij 18.5 jaar. Vanwege privacy redenen vermelden we haar naam niet.  

Toen ze 13 was had ze al moeite met dwangmatige gedachten en perfectionisme, wat zich vooral uitte in haar schoolprestaties. Ze was continu bezig met leren en huiswerk maken en kon pas stoppen toen alles had gedaan en het ook perfect had gedaan. Hiervoor heeft ze een half jaar laagdrempelige hulp gekregen.

Rond haar zestiende kreeg ze last van een eetstoornis. Hiervoor is ze uiteindelijk ook opgenomen in het ziekenhuis. Ze werd aangemeld bij de GGZ maar moest wel wachten totdat er plek voor haar was. In de tijd tussen het ziekenhuis en de GGZ behandeling is ze een week opgenomen bij de crisisdienst van een andere GGZ-instelling. Hier heeft ze geen goeie herinneringen aan. Tijdens haar opname werd er door de leidinggevende niet gekeken naar haar voedingsadvies en haar eetproblemen, terwijl ze er wel vanaf wisten. Daarbij moest ze ook zelf haar avondeten koken (wat natuurlijk niet echt ideaal is voor iemand met een eetstoornis) en werd er niet tegen haar gepraat. Ze voelde zich erg eenzaam tijdens die week, omdat de hele week geen enkele leidinggevende met haar een gesprek voerde. Daarbij kreeg ze ook naar haar mening teveel vrijheid. Ze mocht een half uur helemaal alleen naar buiten, terwijl ze ook last had van suïcidale gedachten. ‘De leiding nam totaal geen verantwoordelijkheid, in dat half uur kan iemand zichzelf gewoon iets aandoen.’ Er werd ook niet gelet op het slikken van medicatie. ‘Ik heb die hele week mijn medicatie niet geslikt omdat niemand het controleerde.’

Toen ze uiteindelijk de behandeling kreeg heeft ze eerst twee maanden een groepsbehandeling gedaan, waarbij er werd gekeken naar wat er bij haar het beste zou passen. Na 3-4 maanden groepsbehandeling kreeg ze ook psychomotorische therapie (PMT) erbij.  Deze therapie hielp haar in het moment zelf wel, maar buiten de sessies om had ze er weinig aan.

Na 8 maanden stopte deze behandeling. In eerste instantie zou ze nazorg krijgen, maar uiteindelijk ging dat niet door. Hierdoor werd ze enorm teleurgesteld. Van te voren was haar namelijk verteld dat ze de nazorg zou krijgen als ze een bepaald gewicht zou bereiken. Volgens de instelling zou dat moeten lukken als ze zich hield aan haar voedingsschema. Ze heeft zich gehouden aan de gemaakte afspraken, maar toch had ze het gewicht niet bereikt. Hierdoor kreeg ze geen nazorgbehandeling. ‘Ik vind niet dat je een behandeling zo kan afsluiten. Nazorg zou voor iedereen moeten gelden en niet voor mensen die een bepaald gewicht hebben bereikt. Ik heb echt mijn best gedaan maar alleen vanwege mijn gewicht had ik er geen recht op. Het voelt nog steeds alsof ik niet een behandeling heb verdient’.

Uiteindelijk heeft ze na 3-4 maanden wachten wel weer een behandeling gevonden. In het begin van deze tussenstop voelde ze zich nog prima, maar na 2 maanden maar na 2 maanden merkte ze wel dat ze niet meer in behandeling zat. Ze was toen nog steeds op zoek naar een plek om therapie te krijgen. Ze mailde naar de plek waar ze ook de groepstherapie en PMT had gekregen of er plek voor haar was om terug te komen. Die plek was er, alleen deze keer kwam ze wel bij een andere behandelaar terecht. Dit was ongeveer aan het einde van 2020.

In het najaar van 2021 is ze 18 geworden. Als je volwassen wordt, wordt de zorg anders geregeld. Ze moest opnieuw een traject aanvragen en ook eigen risico betalen. Omdat het eigen risico 400 euro zou zijn voor 2 maanden, in plaats van 400 euro voor een heel jaar had ze besloten om haar behandeling weer in januari te startten, zodat ze niet heel veel geld kwijt was. Eigenlijk wilde ze toen naar een andere instelling, omdat de behandeling die ze had aan het einde niet meer aansloeg. Zowel zij als haar psycholoog hadden het idee dat ze vastzat en de behandeling niet meer voor haar werkte. Ze had toen contact opgenomen met een instelling die net haar hulpvraag wel vooruit zouden kunnen. Het probleem was alleen dat de instelling niet reageerde. Het gevolg was dat ze weer naar haar oude psycholoog moest mailen, of er nog plek was in die instelling. Die plek kreeg ze bij een andere psycholoog, alleen ze gaat er nu maar 2 keer per maand naartoe.

Eigenlijk heeft ze nog steeds niet de hulp die ze echt nodig heeft. Ze heeft een grote hulpvraag waar geen behandeling voor is. Er wordt steeds focus gelegd op een onderdeel van haar hulpvraag, maar niet op het gehele plaatje en de onderliggende problemen. ‘Het is een soort cyclus, mijn hulpvraag is te breed waardoor er 1 probleem van mijn hulpvraag wordt opgelost maar niet het grote plaatje. Daarom heb ik daarna weer een nieuw probleem, want het grote probleem is er nog steeds.’ Daarbij is haar motivatie ook steeds meer verdwenen. In het begin van haar traject had ze nog de motivatie om een behandeling te starten en omdat ze nog minderjarig was kreeg je daar ook hulp bij, door bijvoorbeeld doorverwijzingen. Nu ze 18 is wordt ze niet meer geholpen met het vinden van een geschikte instelling en zelf een instelling zoeken is erg moeilijk. ‘Waar moet je kijken? Zelf heb je ook geen idee wat een goede plek is.’

Als je zelf het systeem zou mogen aanpassen, wat zou je dan veranderen?

‘Ja natuurlijk heb je meer mensen nodig maar die kun je er niet zomaar bij halen. En je kan ook niet van de mensen die er wel zijn vragen of ze 60 uur kunnen werken. Maar wat wel echt belangrijk is, is het zijn van een luisterend oor. Oordeel niet over iets waar je niet alles van weet, maar luister naar diegene en heb geduld voor diegene. Wanneer iemand aangeeft dat diegene de motivatie heeft om een behandeling te starten, geef diegene in de tussentijd dan de ruimte om met iemand te praten die een beetje verstand heeft van het probleem. Doe in ieder geval iets met die motivatie, want anders is die motivatie snel weg.’

Blog 23 (2021-2022)

Wereldvluchtelingendag

Sinds de oorlog in Oekraïne is het probleem weer steeds vaker in het nieuws; vluchtelingen. Nederland is een van de vele Europese landen die vluchtelingen opneemt. Maar natuurlijk niet alleen Oekraïense vluchtelingen, over de hele wereld zijn er landen waar leven onveilig is. Niet alleen de volwassenen hebben daar last van, maar ook de kinderen. Hoe gaat Nederland eigenlijk om met vluchtelingkinderen? Zijn er organisaties die hen helpen?

Vluchtelingen zijn personen die in hun thuisland gegronde vrees hebben voor vervolging. Hun thuisland beschermt hen niet. Redenen voor vervolging zijn: godsdienst, politieke overtuiging, etniciteit, sociale groep, of de seksuele voorkeur van de vluchteling, aldus het Vluchtelingenverdrag uit 1951. Meer dan 150 landen hebben zich verbonden aan het verdrag. Dit verdrag bepaalt ook dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar een land waar zij worden vervolgd.

Er zijn grofweg twee typen gevluchte kinderen en jongeren:

  • Kinderen en jongeren die met een of beide ouders of andere familieleden zijn gevlucht. Of die zich in het kader van gezinshereniging bij hun ouder(s) voegen;
  • Kinderen en jongeren die zonder naaste familie gevlucht zijn: alleenstaande minderjarige asielzoekers (amv’s).

In Nederland wonen steeds meer kinderen die met of zonder hun ouders naar Nederland zijn gevlucht. In februari 2021 zaten 6.956 kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 t/m 17 jaar in de centrale opvang van het COA. Het aantal alleenstaande minderjarige vreemdelingen kende in 2015 een piek met 1751, waarna het aantal weer afnam. Deze kinderen hebben daar vaak geen eigen keuze in gehad. Veel kinderen komen uit oorlogsgebieden of zijn gedwongen om te vluchten. Hierdoor kunnen de meeste vluchtelingenkinderen en -gezinnen te maken hebben met de gevolgen van trauma.

Organisaties zoals bijvoorbeeld VluchtelingenWerk Nederland komen op voor de belangen van deze kinderen. Zij verzorgen projecten om kinderen zelfvertrouwen, de broodnodige ontspanning en ondersteuning te bieden tijdens de asielprocedure. Ook neemt VluchtelingenWerk actief deel binnen de Werkgroep Kind in Azc. Dit is de organisatie die zich sterk maakt voor kinderen in asielzoekerscentra. Met het Kinderrechtenverdrag als uitgangspunt zorgt de Werkgroep ervoor dat de situatie van kinderen in asielzoekerscentra wordt verbeterd. Verder organiseren zij de projecten: Time4You, voorlichtingen om ervoor te zorgen dat de kinderen sterker in hun schoenen komen te staan. Project Samenspel, een interactief lesprogramma over muziek gevold door een echt concert in een grote concerthal. En VluchtelingenWerk organiseert al meer dan dertig jaar vakantieweken voor vluchtelingkinderen én eenoudergezinnen.

Ook het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) houdt zich bezig met de zorg voor vluchtelingen. Alle kinderen en jongeren in Nederland hebben recht op goede ondersteuning, onderwijs en een veilige omgeving om in op te groeien. Dat geldt ook voor gevluchte kinderen en jongeren, met of zonder verblijfsstatus en uit welk land ze ook vluchten. Een deel van hen heeft extra begeleiding nodig omdat ze traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt. Het NJI draagt hier zorg voor.

Professionals in de Jeugdgezondheidszorg beoordelen of extra ondersteuning, hulp of zorg nodig is en kunnen direct de juiste zorg of hulp erbij halen. Om eventuele risico’s vroegtijdig te signaleren werken ze hierbij onder andere samen met onderwijs, voorschoolse voorzieningen, wijkteams, huisartsen en jeugdhulp. Wanneer dat nodig is verwijzen zij door naar bijvoorbeeld de huisarts of jeugdhulp.

Er is dus duidelijk veel hulp voor vluchtelingen die naar Nederlands komen. Toch zijn er ook slechtere kanten, overvolle Azc’s, weinig privacy en sociaal contact. Ook zijn wachtlijsten voor dit soort hulpbronnen vaak lang. Dus hoewel Nederland al goed op weg is om een veilige, gezonde omgeving te creëren voor deze kinderen, is er ook nog veel te doen.

Introductieweekend 23 t/m 25 september!

Inschrijven kan via deze link!

Blog 22 (2021-2022)

Meer buitenspelen en de sociale media stelen

He bah, kan je weer de wijk niet in met je auto. Moet je weer dat stuk lopen naar je huis. Elk jaar worden er op de tweede woensdag van juni stukken weg afgesloten voor verkeer, maar waarom gebeurd dat nou eigenlijk?

Dat komt door de Nationale Buitenspeeldag, die als sinds 1994 jaarlijks op de tweede woensdag van juni wordt gehouden. Elk jaar worden er stukken straat afgesloten zodat kinderen zonder zorgen op de weg kunnen spelen. Ze kunnen voetballen, tikkertje spelen en nog veel meer. Buitenspeeldag is een dag met spandoeken, folders ouders en natuurlijk veel spelende kinderen.

De vraag nu is natuurlijk, waarom is het noodzakelijk dat er jaarlijks een buitenspeeldag wordt georganiseerd?

Daar zijn, helaas, meerdere antwoorden op. Ten eerste is buitenspelen minder veilig geworden in de laatste jaren. Ouders vertrouwen het niet altijd als hun kinderen naar buiten willen en zo wordt buitenspelen minder gestimuleerd. Daarnaast zijn er in sommige buurten ook weinig voorzieningen om te kunnen spelen, denk aan flatgebouwen midden in de stad. Verder is het ook zo dat kinderen meer achter hun beeldschermen geplakt zijn (Haagmedia et al., 2017).

Vanwege deze redenen zijn er talloze instanties bezig om buitenspelen aantrekkelijker te maken, kijk bijvoorbeeld naar Nickelodeon of Jantje Beton. Het doel van de afsluitingen is dan ook om aandacht te vragen van de omgeving. Zo worden gemeenten, voorbijgangers en omwonende gevraagd om de straat veiliger en kindvriendelijker te maken. Buitenspeeldag is dan ook een speelse manier om deze aandacht te vragen.

Uit voorgaande buitenspeeldagen blijkt dat het contact dat door deze dag gelegd wordt, leidt tot aanpassingen en verbeteringen. Voorbeelden hiervan zijn snelheidsbeperkende maatregelen, veilige oversteekplaatsen of gewoon meer speelruimten.

Het klinkt allemaal als een heel goed initiatief, toch vinden aardig wat kinderen buitenspeeldag vervelend. Nickelodeon gaat namelijk uit, en wat moeten ze toch zonder hun favoriete televisiezender. Voorheen was dit genoeg motivatie om naar buiten te gaan, er was immers niets anders te doen. Nu, sinds sociale media zich ontwikkelt heeft, wordt het moeilijker om kinderen naar buiten te trekken.

‘’Nickelodeon doet het niet. Oke, dan ga ik wel Youtube kijken op mijn ipad,’’

Dat is natuurlijk de gedachte die we niet willen creëren. Hedendaags krijgen ouders dus een veel belangrijkere rol. Ouders moeten een stimulans bieden, en zogezegd hun kinderen naar buiten schoppen.

Gelukkig maken de organisaties van buitenspeeldag ook gebruikt van de sociale media in hun voordeel. Jaarlijks worden er berichten gedeeld en websites gestart allemaal in het teken van buitenspelen. Nu wordt sociale media in plaats van de vijand, de vriend.

Jaarlijks blijven organisaties zich inzetten en ontwikkelen, allemaal met het doel om kinderen meer naar buiten te krijgen en het lijkt te werken. Na de 10e editie van de buitenspeeldag, gaf maar liefst 75% van de ouders aan dat ze buitenspeeldag kennen. Daarnaast hebben ruim 300 duizend ouders meegedaan aan activiteiten blijkt in een onderzoek van Motivaction naar voren te komen (Haagmedia et al., 2017). Zo laat men maar weer zien dat ook met doorzetten dingen kunnen veranderen.

Lekker genieten van het weer en ondanks dat we studenten zijn en waarschijnlijk geen tikkertje meer gaan spelen, zal het wel goed zijn om een uurtje minder achter de telefoon te zitten en een stukje te wandelen 😉

Bronvermelding

Haagmedia, Haagmedia, Haagmedia, Haagmedia, Haagmedia, & Haagmedia. (2017, 12 juni). Buitenspelen minder veilig dan 10 jaar geleden. Haagmedia. Geraadpleegd op 7 juni 2022, van https://www.haagmedia.nl/buitenspelen-minder-veilig-dan-10-jaar-geleden/

Blog 21 (2021-2022)

Kinderziekenhuizen

‘Mama, je blijft wel bij me toch?’

12 mei, was het de dag van de zorg. En ondanks dat de insteek van het artikel kinderziekenhuizen is, blijft het belangrijk om de gehele zorg te erkennen. Dus ook vanuit de paperascie, bedanken wij alle zorgmedewerkers voor hun inzet.

Toen ik klein was, was ik regelmatig ziek. Een oorontsteking hier, een longontsteking daar. Antibiotica slikken en het ging weer beter. Weer een weekje ziek, weer antibiotica enzovoort. Het ging maar zo door. Ik kwam op een gegeven moment minstens 3 keer per week in het ziekenhuis. Wat bleek? Ik had een slechter immuunsysteem wat bacteriën niet goed kon afweren. Toen ik 8 was heb ik een boost gekregen en ging het beter. Later heb ik nog een operatie gehad waar ik een nachtje moest blijven slapen. Ik weet nog heel goed dat ik heel zenuwachtig was en bang was dat ik alleen zou zijn. Ik weet nog goed dat ik aan mijn moeder vroeg: ‘’Mama, je blijft wel bij me toch?’’ Uiteindelijk is de operatie goed gegaan. Nu, heb ik nog steeds wel een verzwakt immuunsysteem, maar ik ben niet zo ziek meer als toen ik klein was.

Er zijn zoveel andere verhalen van kinderen net als ik. Jaarlijks alleen al, beland ongeveer 1 op de 10 kinderen in een kinderziekenhuis. Van alle kinderen jonger dan 1 jaar, belandt bijna een kwart in het ziekenhuis (23%). Hiervan vaak 9 op de 10 met een overnachting (Jaarlijks belandt 1 op de 10 kinderen in het ziekenhuis, 2022). Voor deze kinderen is er niet altijd een oplossing of een medicijn. Sommige kinderen liggen jaren in het ziekenhuis en sommige komen er misschien niet eens uit. Het klinkt allemaal heel verdrietig, en dat is het ook. Meer kan ik er niet van maken, want ziek zijn is nou eenmaal erg. Het is erg om te moeten toekijken, je machteloos te voelen en het is erg om ziek te zijn.

En ondanks het feit dat niets deze pijn en het ongemak kan laten verdwijnen, zijn er vele instanties die ervoor willen zorgen om deze pijn te verminderen. De kinderziekenhuizen bieden specialistische en intensieve zorg. Deze zorg hebben de kinderen hard nodig en wordt hen met alle liefde gegeven. Naast het genezen van kinderen is de insteek van een ziekenhuis is ook het comfortabel maken en houden van de kinderen. Ouders worden zo dicht mogelijk bij de kinderen gehouden. Daarnaast komen er iedere week cliniclowns langs om de zieke kinderen op te beuren. Die ervoor willen zorgen dat ouders en hun kinderen, ongeacht de moeilijke tijd, toch hun spirit houden.

In Nederland worden vijf kinderziekenhuizen erkend: in Groningen, Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en Rotterdam. Al deze kinderziekenhuizen zijn gebonden aan een groot academisch ziekenhuis waar ook geneeskunde studenten les krijgen. Onderzoeken door specialisten en studenten vinden ook plaats (Het kinderziekenhuis, 2020). Dit allemaal om ervoor te zorgen dat later, het liefst nu al, zo veel mogelijk kinderen genezen kunnen worden. De kinderziekenhuizen bestaan al jaren en zijn volop bezig om bij te blijven met de nieuwe medische bevindingen. Innovatie staat voorop. Toch blijven er veel kinderen ziek. En we kunnen niet nu alles oplossen, hoe mooi dat ook zou zijn, maar we kunnen elkaar wel helpen, om zo snel mogelijk naar oplossingen te zoeken.

Jaarlijks krijgen gemiddeld 600 kinderen tussen de 0 en de 18 jaar de diagnose kanker. 1 op de 4 van deze kinderen komt te overlijden en dit maakt kanker de meest voorkomende doodsoorzaak door ziekte bij kinderen (Stijgende lijn in overlevingskansen voor kinderen met kanker, 2019).  In 2007 werd een initiatief gestart door ouders van patiënten en een aantal kinderoncologen. Het doel was om de kinderoncologische zorg, research en opleiding in 1 landelijk centrum bijeen te brengen om zo de overlevingskansen en de kwaliteit van het leven voor kinderen met kanker sneller te verbeteren. Uiteindelijk, na een lange weg afgelegd te hebben is het Prinses Máxima Centrum, gelegen op Utrecht Science Park, opgericht. Het nationale centrum voor kinderoncologie waar wetenschappelijk onderzoek en de zorg voor kinderen voorop staat. Dit centrum is op 5 juni 2018 opgericht en door onze Koningin officieel geopend. Naast dat het ons nationale centrum is, is het ook het grootste kinderkankercentrum van Europa en wordt het ook een zogenoemd onderzoeks ziekenhuis genoemd.

Toch is kanker nog niet genezen. En ik zeg nog niet, omdat ik de volste vertrouwen heb in onze zorg. Het vertrouwen dat wij ooit het raadsel van kanker oplossen en al deze kinderen kunnen helpen. Onze beste zorgmedewerkers kunnen het alleen niet alleen. Vooral nu, na de corona pandemie, ligt de focus op het bijwerken van achterstanden. Toch kunnen wij wel helpen. En nee, we hebben dan niet misschien de doorslaggevende kennis over tumoren en celdifferentiatie, maar wij kunnen we onze zorgmedewerkers het geld geven om de materialen aan te schaffen, om meer onderzoeken uit te voeren of om meer mensen aan te kunnen nemen. En niet alleen geld, maar ook vrijwilligers, steun en zo veel meer dingen kunnen helpen.

Kortom, ik wil jullie hier een aantal goede doelen voorleggen, aan wie jullie geld kunnen doneren of vrijwilligers taken kunnen uitwisselen. En ik weet, we zijn studenten en zijn al blij met een warme avondmaal. Dus doe en geef wat je wil en wat je kan. Ik hoop dat dit artikel je informatie gegeven heeft, misschien wel de drive om iets te doen of een nieuw idee voor je werk later. Je weet maar nooit, misschien verander je de wereld wel.

https://www.kinderziekenhuizenvanoranje.nl/donate

https://foundation.prinsesmaximacentrum.nl/nl/voor-kinderen-tegen-kanker

Het kinderziekenhuis. (2020). Docukit.nl – Vol informatie over werkstukken en spreekbeurten. Geraadpleegd op 18 mei 2022, van https://www.docukit.nl/spreekbeurt/het-kinderziekenhuis

Jaarlijks belandt 1 op de 10 kinderen in het ziekenhuis. (2022, 15 april). Onafhankelijke Ziekenfondsen. Geraadpleegd op 18 mei 2022, van

https://www.mloz.be/nl/content/jaarlijks-belandt-1-op-de-10-kinderen-het-ziekenhuis

Stijgende lijn in overlevingskansen voor kinderen met kanker. (2019). Integraal Kankercentrum Nederland. Geraadpleegd op 18 mei 2022, van https://iknl.nl/nieuws/2021/stijgende-lijn-in-overlevingskansen-voor-kinderen

FAQ

Veelgestelde Vragen

Hebben jullie een ontgroening?

Nee! Als studievereniging PAP zijn wij er om alle Pedagogische Wetenschappen studenten van de Universiteit Utrecht een plek te geven naast de studie. Dit betekent dus dat iedereen welkom is en dat niemand een ontgroening hoeft te doen!

Waar kan ik jullie vinden?

Het Langeveld Gebouw, Kamer F1.08! Voor meer informatie, bekijk onze contact pagina!

Mag ik zomaar de kamer binnenwandelen?

Dat mag zeker! Wanneer de kamer open is zijn alle leden welkom om een bakje koffie, thee of wat anders te drinken en koekjes te eten. Ook zijn er altijd bestuursleden aanwezig waar je even een praatje mee kan maken.

JoHo samenvattingen

Hoe kan ik geprinte samenvattingen afhalen op de PAPkamer? Hierover staat onder het kopje onderwijs meer informatie!

Staat je vraag er niet tussen? Neem contact met ons op!